zaterdag 20 oktober 2007

Dag 192-193, (nachtbus naar) Chiclayo

Er vond onderhoud plaats aan de weg tussen Chachapoyas en Pedro Ruiz. En wat doet men dan in Peru? Men besluit in zo´n geval dat de weg op slot gaat, met slechts twee momenten per dag dat vervoer wél mogelijk is. En die momenten zijn van 4:00 tot 6:00 ´s ochtends en dan pas weer van 19:00 tot 22:00 ´s avonds. De rest van de dag is er simpelweg geen mogelijkheid om op de plaats van bestemming aan te komen, in Peru is immers zoiets als omrijden totaal onmogelijk, er zijn gewoon geen andere wegen.
Dit alles resulteerde erin dat er alleen nachtbussen naar Ciclayo waren. Dit was een typisch lokaal avontuur, met veel trammelant tussen Peruvianen over stoelnummers, mobiele telefoontjes die constant afgingen, wel een TV maar geen film.

Slapen doe je alleen niet veel in een nachtbus, dus na mijn campingavontuur, leverde deze 11 uur durende busrit meer slaaptekort op. En dus wuivden we de Italiaansen goedendag, zij hadden ineens het luminieuze idee opgevat om in één keer richting Cuzco te gaan (nog eens zo`n 32 uur), en vielen in slaap in een luxe hotel.

De naam Chiclayo deed mij denken aan chiclet, ofwel kauwgom in Latijns-Amerika, maar nee het betekent volgens Wikipedia ´plaats in het midden van het gemeenschappelijk gebied´ of ´plaats met groene kikkers´ in de taal van de Mochica.
Chiclayo is zo´n stad waar ik werkelijk nog nooit van gehoord had, maar die toch 600.000 inwoners heeft en daarmee de vierde stad van Peru is. Het is er nu natuurlijk koud, want dichtbij de kust is het nu eenmaal winter in Peru, van mei t/m november. Maar dat mocht de pret niet drukken, het is immers in Nederland nog kouder... :-)
Chiclayo heeft wel karakter en is bijzonder levendig. Mensen lopen af en aan op de brede boulevards, er zijn grote pleinen, veel restaurants, ontzettend veel kleine gele taxi´s (allemaal Hyundai Curore en Deawoo Matis...) en interessante markten.

Chiclayo market, including cuy

Eén van die markten was ons doel voor de middag, de zogenaamde Mercado del Brujos, de heksenmarkt. Daar waren vooral veel Chinese poedertjes en drankjes te koop, wat ik toch enigszins teleurstellend vond op een Peruviaanse markt. Lokale producten waren er in de vorm van halucinerende San Pedro cactussen en shamanen en blijkbaar ook lamafoetissen (die ik niet heb kunnen vinden). De markt bleek echter meer te bieden te hebben, het was zeker de grootste markt sinds Mexico City. Dus we vergaapten ons aan tropisch fruit, vreemd voedsel en enorme hoeveelheden cavia´s in kleine kooitjes.

Cuy, ready to eat!

Ja, cavia´s (cuy) zijn hier voedsel. En nee, dat is niet zielig, dat eet men hier al sinds 7000 jaar geleden, lang voordat het huisdieren werden. Bovendien, wat is eigenlijk het verschil met konijnen of eenden in Europa, of zelfs met kippen? Cuys hebben weinig vlees op het lijf, maar de smaak is verrassend goed...
En zo vervoer je cuy blijkbaar, onder je stoel in de bus...

Cuy transport...

Onderweg naar de markt kwam een Peruviaanse dame met Roel aanpappen, waaruit ik geleerd heb dat Peruviaansen absoluut NIKS zelf betalen, maar vrolijk op de zak van de mannen leven. Ondanks het nogal parisitaire gedrag van deze dame, leverde dit wel een lokale kijk op Chiclayo op, waardoor we die avond in verschillende restaurants en bars belandden.

Vóór het vertrek naar Trujillo de volgende dag, brachten we eerst nog een bezoek aan zogezegd het beste museum van Peru: los tombes reales de Sipán. Hier zijn op werkelijk wonderbaarlijk mooie wijze de schatten van de opgravingen van Sipán tentoengesteld.
In Sipán leefden lang geleden de Mochica, en na 1700 jaar is er niet veel over van hun ooit zo grote rijk. Echter, wat iedereen eeuwenlang voor een hoop zand in de buurt van Chiclayo hield, bleek een ingestort adobe(modder) tempelcomplex te zijn en hier trof men in maart 1987 één van de grootste schatten aan die ooit is gevonden. In de vele aanwezige graven van militairen, koningen en andere belangrijke personen, lagen behalve skeletten, ook sierraden, kleding en andere voorwerpen van goud, zilver en koper in allerlei vormen. Het meeste is verbazingwekkend goed bewaard gebleven en op indrukwekkende wijze gesmeden (in het jaar 300!). Daarnaast maakten de Mochica fantasievolle potten en kruiken in de vorm van mensen, dieren en planten. Eén van deze potten leek zelfs verdacht veel op een blue-footed booby...
Foto´s mochten er helaas niet gemaakt worden in dit museum.

Geen opmerkingen: