donderdag 27 december 2007

Dag 261 t/m 263, Rio: ken je klassiekers

Rio is zo erg nog niet. Ja, ze spreken nog steeds Portugees en nee, het is nog steeds geen Mexico, Bolivia of Argentinie. Maar, de setting is pretty fucking amazing, het strand is oneindig lang en het weer werkt ook nog eens mee! Dus, ik houd het hier wel uit tot in het nieuwe jaar. Maar daarna ga ik weer snel terug naar een plaats waar ze Spaans spreken.
En ja, ik weet dat mijn zinsconstructies in bovenstaande tekst niet echt volgens de regels van de Nederlandse taalunie zijn. Zo heel belangrijk is Nederlands momenteel echter niet voor mij; Portugees, Spaans, Engels, Portunol, Spanglish en zelfs Duits zijn hier nuttiger, dus steek ik daar mijn energie maar in...

In nog eens drie dagen Rio, heb ik ondanks het absurd warme en vochtige weer best wat uitgevoerd. Eerst een lange wandeltocht van Botafogo (mijn thuisbasis) via Velmelha en Copacabana naar Ipanema, grotendeels blootsvoets over de stranden. Die avond bleek het ook nog kerstavond te zijn, hét moment waarop hier kerst wordt gevierd. Dus was er een diner om klokslag 0:00. Verder is de kerstsfeer hier vrij onzichtbaar.
De volgende dage volgde het serieuzere werk. Eerste kerstdag was de eerste zonnige dag, dus stond een bezoek aan Pao de Acucar, Sugerloaf Moutain, op het programma. Er gaat een kabelbaan naar de top, maar gedeeltelijk omdat het hier duur is en gedeeltelijk omdat ik een beetje gestoord ben, loop ik liever naar bergtoppen. Hier betekent dat klimmen met touwen, omdat sugerloaf nogal steil is. Maar er is ook de mogelijkheid om naar een lagere berg te lopen en vandaar de kabelbaan te nemen voor de halve prijs. Voor die drie minuten betaal je overigens nog steeds 17,50 reais (6 euro), een klein vermogen vergeleken met de voorgaande landen! De wandeltocht was zeker de moeite waard, met vogels, erg grote hagedissen en geweldige mini-aapjes op het pad. Het uitzicht was ook zeker niet verkeerd vanaf deze 396 hoge rots. Een bonus is dat je vanaf hier het Christusbeeld op zijn berg kan zien, wat vanaf Corcovado natuurlijk niet kan.

Tamarin Monkey climbing, Rio de Janeiro

Een ander hoogtepunt van Rio is een bezoek aan Copacabana beach. Toch wat anders dan Copacabana in Bolivia! Het is natuurlijk gewoon een strand, maar wel een erg beroemd strand. Vier kilometer zand, met alle soorten Brazilianen en een paar toeristen. En verbranden kan ook vanonder een parasol.

Copacabana, Rio de Janeiro

Vandaag was het dus tijd voor een strandloze dag. Corcovado en zijn Chrustusbeeld moesten echter nog bezocht worden! En ook deze rots kan zonder de trein van 36 reais (12,50 euro) prima bezocht worden. De taxichauffeurs aan de voet van de rots waarschuwen dat het te ver is om te lopen en bovendie veel te gevaarlijk vanwege de favella´s in de buurt. In werkelijkheid is het een prachtige wandeltocht van 9 kilometer, waarin je 710 meter stijgt en niet eens in de buurt van de sloppenwijken komt. Er staan gewoon wat huizen van locals langs de weg... Vermoeiend is het wel met 37 graden.
En het uitzicht is fenomenaal!

Rio de Janeiro Panorama

Waar ter wereld vind je een rots van 710 meter in het midden van de stad? Het is alsof het een gebouw is! En ja, dat beeld staat er ook nog... Het is indrukwekkender dan dat in Cochabamba, maar het is de setting die het echt bijzonder maakt. Het geheel is het waard om een wereldwonder genoemd te worden. Jammer alleen, dat het zo enorm druk is, daar op de top. Het platform vlak voor het Christus beeld is veruit de drukste toeristische plek van deze trip.

Christ statue, Rio de Janeiro 1

Brazilie heeft trouwens het mooiste geld dat ik ben tegengekomen tot nu toe. Met een kolibrie, zeeschildpad, witte reiger, ara, leeuwaapje, jaguar en een grouper (vis), is het een zeer biologisch verantwoorde collectie afbeeldingen!













maandag 24 december 2007

Dag 258 t/m 260, busrit en Rio: wat doe ik hier!?

Eindelijk ben ik in Rio, na een busreis van 24 uur, met slechts één keer pech onderweg. Dat betekende een extra stop in Sao Paulo, een stad die bijna net zo groot is als Mexico City en die ik voor nu graag oversla.
Rio de Janeiro is een stuk kleiner, met `slechts´ zo´n zeven miljoen inwoners. En die spreken Portugees... Nu wist ik dat natuurlijk vantevoren en het was zelfs oorspronkelijk de reden dat ik Brazilie voorlopig even wilde vermijden. Maar, om de één of andere reden heb ik vorige week besloten Nieuw jaar te vieren in Rio en níet in Buenos Aires. Daar begin ik nu bijna spijt van te krijgen. Want, behalve dat ze hier Portugees spreken (en ik niet), is alles ook zo verschrikkelijk anders hier dan alles dat ik de laatste maanden heb gedaan, dat de cultuur-shock groter is dan in mijn eerste dagen in Mexico City...
Ik zal hier nog zeker tien dagen doorbregen (boeking), dus ik hoop dat Rio beter gaat bevallen! Als het weer opklaart, zal dat vast helpen, want nu is het bewolkt en regenachtig en is het Christusbeeld niet eens te zien...

Updates volgen later. Prettige kerstdagen allemaal!

zaterdag 22 december 2007

Dag 255 t/m 257, Puerto Iguazu: wereldwonder

Er is recentelijk een lijst van zeven nieuwe wereldwonderen samengesteld. Deze lijst is door middel van stemmen tot stand gekomen, wat grotendeel geresulteerd heeft in wereldwonderen die vooral belangrijk lijken te zijn voor het toerisme. Waarom staat dat Christusbeeld in Rio er in vreesnaam op bijvoorbeeld (die in Cochabamba is zelfs hoger...)? In Zuid-Amerika slingeren overigens nog overal foldertjes rond met `stem op Machu Picchu/Kuelap/...´ e.d.
Maar OK, er wordt nu op dezelfde manier een lijst van zeven natuurlijke wereldwonderen samengesteld. Die lijkt grotendeel voor de hand te liggen (ik ga uit van iig Galapagos, Antarctica, de Amazone en Great Barrier Reef). Bolivia heeft graag de Salar of het Titicacca meer in deze lijst en Argentinie en Brazilie promoten vooral de Iguazu-watervallen.

Iguazu hoort dus zeker in die lijst. Het is absoluut 1 van de mooiste en meest indrukwekkende plekken waar ik dit jaar ben geweest.

Butterfly looking at the Iguazu falls

Na mijn lange busreis door Paraguay, met als eindpunt het bizarre Ciudad del Este (allemaal electronica uit Azie voor lage prijzen), verbleef ik in Puerto Iguazu, Agentinie, waar het allemaal een stuk relaxter en goedkoper is dan aan de Braziliaanse kant. Vanaf daar heb ik eerst de Braziliaanse en vervolgens de Argentijnse kant van de watervallen bezocht. In Brazilie krijg je een globaal overzicht van alle watervallen en zijn een aantal mooie uitkijkpunten opgesteld dichterbij. Het park aan de Agentijnse kant is uitgebreider, met vele wandelroutes dicht langs de watervalen en een zeer spectaculaire close-up van de grootste waterval. Dat laatste is te zien op de onderste foto: het lijkt gewoon wat wild water, maar de rivier stort zich hier van drie kanten tegelijk in een enorm gat, vandaar de naam `The Devil´s Throat´.

Rainbow at Iguazu (arg.) 2

Close-up of The Devil´s Throat

Foto´s zijn even niet up te loaden, ik zit hier in een internetcafe dat 2 euro per uur kost. Mijn bus naar Rio de Janeiro vertrekt over een uur en dus zal ik over 23 uur in staat zijn om te controleren of het Christusbeeld van Rio werkelijk één van de zeven wereldwonderen is!

dinsdag 18 december 2007

Dag 249 t/m 254, Chili-Argentinië-Paraguay: rápido

Chili was een grote verandering na zo lang in chaotische ladnen te hebben verbleven. In Chili verkopen kinderen geen meuk op straat, slapen dikke inca-vrouwen niet in het gangpad van de bus en houden taxichauffeurs zich wél aan de verkeersregels! Bovendien zijn er lijnen te vinden op het wegdek, evenals vele verkeersborden. En bovenal: Chili is een stuk duruder. Zeker drie keer zo duur, waardoor het prijsniveau op Mexicaanse hoogte ligt. Nog steeds goedkoper dan Europa, op enkele restaurants na dan.
Maar, ik verblijf hier maar een dag, dus ik kan even met geld smijten. Na de vermoeiende Sala-tocht, besloten drie van de vier mensen uit onze auto gewoon nóg een tour te gaan doen. Als je maar één dag in de Atacama-woestijn bent, moet je er toch van genieten! Het werd de `sunset tour´ naar de Valle de la luna en Valle de los muertos, owel de vallei van de maan en van de dood. Beide zijn enorme strukturen van zout, die zich temidden van het zand van de droogste woestijn ter wereld bevinden.
We liepen door een winderige kloof, genoten van het uitzicht over de woestijn, zagen de grote vulkanen van de ándere kant van de grens, liepen wat rond door zoutkloven en zagen ook nog eens de zonsondergang. Nu wilde het geval dat we de laatste dag van de Salar-trip (deze dag dus) om vier uur waren opgestaan voor de zonsopkomst... Ik denk dat dit de eerste keer was, dat ik zowel de zonsopkomst als de zonsondergang op één dag bewust heb meegemaakt! Ter afsluiting renden we nog van een enorme zandduin af. De trip was al met al de moeite waard en mijn enige dag in Chili was hiermee goed gevuld.

Don´t throw yourself inside the big dune...

Na nog een gezellige avond met iedereen was het de volgende ochtend tijd om afscheid te nemen. Alleen Michael, een Australiër die ook mee was met de Salar-trip, reisde nog met me mee naar Salta. De rest gaat naar het midden of zuiden van Chili.

Salta, Argentinië, voelt al thuiskomen. Het is er net Europa, met z´n grote pleinen vol met bomen, hoge gebouwen op de hoek van elk blok, lange mensen en schone straten. Dus deed ik hier helemaal niks, behalve genieten van het rustige stadsleven. Ja, ik heb ook de lokale heuvel beklommen (met de kabelbaan...) en natuurlijk veel van het plaatselijke voedsel geprobeerd. En op de zaterdagavond speelden de seniorenteams van Argentinië en Paraguay het zogenaamde `showbol´ tegen elkaar in Salta. Dit betekende dat o.a. Diego Maradona in een hotel verbleef waar wij (een groep mensen uit het hostel) net langsliepen. Vol verwachting stond ik klaar voor de foto, maar Diego had haast, waardoor er niet meer dan zijn achterkant op de foto is te zien. Wie die andere voetballers op de andere foto´s zijn (en die wél duidelijk te zien zijn), weet ik niet...

Maradona in Salta

En, als het uitgaanleven van Salta representatief is voor Argentinië, dan wordt het een interessante januari. Het begint pas om ongeveer 2:00 druk te worden en dan is het ook werkelijk stampensvol in enkele straten. Daar is de entreeprijs van de clubs 2,20 euro, wat inclusief een liter bier is. En het gaat door tot laat, wat een welkome verandering is na de voorgaande landen. Overigens was het vroege programma van één club de TMF-jaarmix van 2006, te zien op het videoscherm.

Zeker nu ik weer echt alleen reis, wat wel een beetje saai is, moeten er uitdagingen gezocht worden. En één daarvan is Paraguay. Daar gaat vrijwel niemand heen, dus ga ik er maar eens kijken.
Na drie dagen Salta, vertrok ik dus naar Ascencion. Dertien uur in een bus naar Resistencia (Arg), waar er geen bussen naar Paraguay meer bleken te zijn. Dus, het werd mijn eerste zelfstandige grensovergang sinds augustus dit jaar Honduras-Guatemala. Ik moest weer goed m´n best doen allen taxichauffeurs van met af te houden (´nee, er zijn geen bussen...´), haalde m´n stempels en zat heerlijk opgepropt voor anderhalf uur in een minibusje. Ik dacht dat Ascencion direct tegen de grens aanlag, maar dat is dus een optische illusie.
In de stad aangekomen, kwam ik er direct achter dat alleen reizen in dit land niet echt handig is, want er zijn natuurlijk geen hostels. Voor het eerst sinds lange tijd moest ik een dubbele hotelkamer boeken en die kostte me maar liefst 80.000 Gairanies (12 euro), één van de duurste van de hele reis. Maar dan heb ik ook airco, een badkamer en ontbijt.

En hoe bevalt Ascencion? Eigenlijk is het een beetje een shock: na het moderne Chili en Argentinië, lijk ik nu in een voormalige oostblokstad te zijn (wat gedeeltelijk klopt). Een mix tussen oud en nieuw, arm en rijk. En de bedeltechniek van de kinderen hier bevalt me helemaal niet: gewapend met takken(!) blijven ze werkelijk minutenlang achter je aan lopen en om geld vragen, voor `brood en melk´. I de meeste andere landen was één of twee keer `nee´ voldoende. Na het tien keer antwoorden van `Helaas, ik heb geen kleingeld´, heb ik hem maar de helft van mijn brood gegeven, om eindelijk van hem af te zijn. En toen wilde ie natuurlijk liever mijn flesje Sprite... Rot op!
In het cntrum is het afgezien van dit incident best prettig om rond te lopen. Echter, direct een paar blokken daarvandaan voelt het een stuk onveiliger. Er loopt veel politie rond, die je soms wantrouwend aankijken of gewoonweg vragen wat je hier doet. En vreemden zijn ze hier in het algemeen niet echt gewend: in de supermarkt kwam er iemand naar me toe met `hallo meneer, wat zoekt u´...

Ascencion, Paraguay

Morgen maar snel naar de andere kant van het land en dan op naar Brazilië!

zondag 16 december 2007

Dag 247-248, Salar de Uynuni: zout, zand, vicuñas en flamingo´s

Hier het verslag van drie dagen en twee nachten in een zeer geïsoleerd stukje Bolvia. Vantevoren had ik de waarschuwingen gelezen dat je met enkele tientallen landcruisers vooral achter elkaar aanrijdt, maar er waren er deze keer slechts een stuk of vijftien en bovendien reden we vaak alleen rond (onze tour was iets afwijkend van de standaard route).

Het begon op dag één allemaal een beetje ongemakkelijk... De vorige avond was ons verteld dat er behalve ons drieën, nog twee Fransen met de tour mee zouden gaan. Nu is het zeer gebruikelijk dat van zulke informatie later niets blijkt te kloppen en ook deze keer was dat het geval. Er waren de volgende ochtend geen Fransen te bespeuren, alleen drie Australiërs, twee Nieuw-Zeelanders en een Engelse. Vijf van hen werden in een extra auto van delzeflfde maatschappij op pad gestuurd en de rest van ons kon gaan wachten. Na enige tijd arriveerde onze auto en konden we op pad. Eerst moesten we echter nog even langs een `hotel´ om nog twee passagiers op te halen. Dit hotel bleek een andere, goedkopere tour-agency te zijn. Terloops vertelden zij wat ze betaald hadden voor de tour, wat heel wat minder bleek te zijn geweest dan wat wij hadden betaald (onze detour door de Salar kostte twintig dollar extra). De opmerking dat we graag terug wilden naar de tour-agency om deze verschillen te verklaren, resulteerde uiteindelijk in het op het laatste moment verwijderen van deze twee personen uit de auto. Dat was niet echt gepland en nogal lullig voor hen, maar het leverde een hoop ruimte op in onze auto...

Veel woorden zijn verder niet nogig, foto´s zeggen in dit geval een stuk meer.
Twee van de Salar, de eerste een klassiek plaatje dat gebruikmaakt van de die grote witte vlakte. De tweede is vanaf Isla Incahuasi, in het midden van de Salar.

Balance, Salar de Uyuni

View to the west from Isla Incahuasi, Salar de Uyuni

Een adembenemend mooie zonsondergang met kleuren die ontzettend nep lijken. De sterrenhemel was trouwens ook bijzonder mooi, met duizenden sterren (zo veel is gewoon onmogelijk in Europa) en daarnaast Mercurius, Venus, Jupiter en Saturnus duidelijk zichtbaar!

Sunset near the Salar de Uyuni 3

Zomaar een plaatje vanuit de auto:

Landcruiser approaching the volcano

Flamingo´s zijn tebewonderen in grote getalen, maar deze kleine groep reflecteerde mooi in het water:

Flamingo reflections 1

Nog een meertje met een mooie lucht:

BIG sky

Meer dieren, in dit geval een vicuña, één van de soorten kameelachtigen hier:

Lonely Vicuña

Veel wind en veel zand levert dit op:

Dustdevil

Laguna Colorada, het groen-blauw-wit-rode meer:

P1080327

Sol de Mañana `geisers´:

P1080340

Ook op 4500 meter hoogte heb je meeuwen in de Andes:

P1080364

En tot slot, Laguna Verde (groen?). Totaal levenloos, maar met een perfecte reflectie van de Vulkaan:

P1080376

En daarmee sloten we de tour af. Wat volgde, was een transfer van Bolivia naar San Pedro de Atacama in Chili. Van een derdewereldland naar het meest welvarende land van Latijns-Amerika, een behoorlijk verschil!

Dag 244 t/m 246, Potosi en Uyuni: bussen, bergen en meer van die shit

Na Cochabamba ging David gelijk door naar Uyuni, terwijl Caroline en ik nog een bezoek aan Potosi brachten. Eigenlijk wilden we oorspronkelijk naar Sucre, maar daar was het de afgelopen weken zó onrustig, met demonstraties, doden en gewonden, en dus werd het Potosi.
Slechts tien uur per bus verwijderd van Cochabamba, maar door diverse technische problemen werden dat er veertien. En helaas waren dat zeer onplezante uren, daar in die bus. Na enkele uren bleek namelijk dat een deel van het diner (de salade?) mijn ingewanden aan het aanvallen was... Op zo´n moment wil je niet in een bus zitten die nooit stopt voor toiletbezoek! Details laat ik hier verder maar achterwege, maar dit is eigelijk zo´n verhaal voor tijdens één van die memorabele KPN-lunches in het illustere jaar 2006.

In Potosi aangekomen, had ik weinig trek in een tour van ce coöperatieve mijnen, eigenlij DE attractie van Potosi.
Rondlopen in de `hoogste stad van de wereld´ (van deze groote) is echter ook best aardig. Het klimaat was verrassend mild voor een stad op 4060 meter hoogte en op de ochtend van de tweede dag was het zelfs behoorlijk heet! Het is regentijd, dus het verschil tussen twee dagen kan enorm zijn:

Potosi panorama

Potosi on a clear morning

Er is in Potosi een hoop koloniale architectuur te bewonderen. Na een bezoek aan de nationale mint (vandaag grotendeels gesloten), kwamen we Anelie tegen, die ik eerder al in Huaraz en op de Galapagos had ontmoet. Gedrieën bezochte we het Convento de Santa Teresa, een actief klooster, en probeerden we de lokale keuken uit. Lama-steak smaakt nog steeds prima! Die avond wilden een hoop mensen in het hostel een film kijken. Nu ben ik altijd huiverig voor de DVD-kopiëen die in hostels rondzwerven, ze zijn namelijk vaak zó bekrasd, dat de film er halverwege gewoon mee kapt. En ja, ook deze keer was het weer raak: na een halve Simpsons, Syriana en Ghostrider, kan ik nu ook een halve Butterfly Effect bijschrijven. Ooit zal ik de tweede helft zien! Deze DVD had overig geen krassen, maar was gedeeltelijk gesmolten...

Casa de moneda, Potosi

El proximo dia fuimos a Uyuni, solo ochas horas mas en el autobus. Durante este viage no encontré mas problemas con mi estomage. Llegamos a las ocho, entonces pudimos buscar un tour por la mañana.

En die tour werd snel gevonden. Vanuit Uynuni ging we naar de beroemde Salar, vulkanen en gekleurde meren in het zuidwesten van Bolivia. Drie dagen reden we rond met negen mensen in twee Toyota landcruisers, door werkelijk prachtige landschappen. Samen met de Galapagos trip en de Pamapas tour in Rurrenabaque was dit één van de natuurlijke hoogtepunten van mijn tijd in Zuid-Amerika. Meer details in de volgende post!

zaterdag 8 december 2007

Dag 236 t/m 243, La Paz, Chochabama, Villa Tunari

Na een week in het hete en vochtige Rurre was La Paz best een verademing. Zolang de zon hier schijnt, is het best goed uit te houden. In dit extra weekend La Paz heb ik weer eens genoten van het voortreffelijke eten hier, met als hoogtepunt een restaurant waar ik erwtensoep en hutspot gegeten... Ook de clubs zijn de moeite waard hier.
Qua dag-activiteiten hebben we de hoogst en laagst gelegen stadsdelen bezocht. El Alto is de koude winderige, gloednieuwe, maar ook erg arme metropool met bijna een miljoen inwoners op 4100 meter hoogte, waarvandaan je een prachtig uitzicht hebt over de hele stad. Zona Sur daarentegen, ligt op `slechts´ 3100 meter hoogte, waardoor het klimaat een stuk aangenamer is. Dit maakt het een toevluchtsoord voor de rijken. Hier vind je de boutieks, de dansende Disney-figuren en de nog betere restaurants. En ook hier bleek het onmogelijk broeken langer dan maat 34 te vinden.

Next stop: Cochabamba. Zeven uur ten oosten van La Paz ligt deze groeistad met véél studenten (en dus café´s, véél rijke Bolvianen en véél goede restaurants. Meer en meer begin ik te geloven dat Bolivianen van lekker eten houden! Deze stad doet me denken aan Guadalajara (Mexico), met z´n vele pleinen en nonchalante sfeer. cochabamba is ook de ideale plek voor een bioscoopbezoek: deze keer Lions for Lambs, van Robert Redford in een gloednieuwe bioscoop met het grootste scherm dat ik in lange tijd heb gezien.
Ook in Cochabamba: het grootste Christusbeeld ter wereld, met bijna 34 meter nét even groter dan dat in Rio de Janeiro. De kabelbaan was buiten dienst, dus dat betekende het beklimmen van maar liefst 1250 traptreden voor het uitzicht... En daarna nog eens 1250 naar beneden voor de lunch!

Despues: Villa Tunari. Omdat we iets wilden ondernemen vanuit Cochabamaba en de georganiseerde tocht door National Park Torotoro niet de lange reis waard leek na onze ervaringen in Rurrenabaque, besloten we op eigen houtje naar Villa Tunari te reizen. Dit is een jungledorp met vooral relaxmogelijkheden. Dus verbleven we in het luxieuze hotel El Puente en genoten van het zwembad, de poza´s (natuurlijke poelen) en de muggen.
In Villa Tunari is ook het (onder backpackers) beroemde opvangcentrum voor afgedankte apen, vogels en katachtigen. Vele reizigers besluiten hier twee weken of langer te werken als vrijwilliger. In eerste instantie lijkt dit een perfect vrijwilligersproject, je kunt immers met apen en puma´s werken. Tijdens ons bezoek bleek het echter zeer normaal te zijn dat de apen de vrijwilligers bijten (resultaat: zo´n 3 hechtingen) en sommigen waren zelfs aangevallen door de puma (18 hechtingen). Al met al leek een kort bezoek mij voldoende, waarbij we al moeite genoeg hadden de als zakkenroller getrainde en notoire bijtende capucijnaap van ons af te schudden. Een opmerking als: `Als hij je camera wil hebben, geef hem dan gewoon, anders bijt hij je´, nam ik maar niet serieus. Ik had in dat geval waarschijnlijk het aapje z´n nek omgedraaid... Maar, een close-up encounter met slingerapen, capucijnapen, doodshoofdaapjes en coati´s was het zeker. De papegaaien (lorro´s) en ara´s (guacamayo´s) zaten in een kooi en katachtigen zijn we niet tegengekomen. Volgende keer weer de apenheul! Oh, de wandelingen in het park zijn interessant, met mooie uitzichten, vele jungleplanten, maar met zeer zielige watervallen.

Twee dagen hitte was genoeg (je blijft heen en weer reizen hier), dus keerden we terug naar die leuke leuke stad: Cochabamba. Was de heenreis nog per collectivo taxi, de terugreis legden we af per bus. En dat was een zeer lokale ervaring. Het was vrijdag en een groep van 13 Bolivianen besloot dat het tijd was voor een weekendje zuipen in de grote stad. Dus, ze begonnen al in de bus. Een naar pis stinkend kind van een jaar of acht was allleen in de bus en de groep besloot het jochie dronken te voeren. Oh, oh, wat was het gezellig in de bus...

Om af te sluiten met een positieve noot: het eten was weer wonderbaarlijk geweldig goed. Deze keer vereerden we de een Braziliaans buffetrestaurant, genaamd Buffalo´s, met een bezoekje. Hier was het all-you-can-eat buffet van salades en deserts al van hoge kwaiteit, maar het aan tafel versgesneden vlees was helemaal geweldig. Aanrader!

maandag 3 december 2007

Dag 229 t/m 235, Coroico, Rurre en de Pampas: een week vol avontuur

Pedro, the tame aligator

Na La Paz volgde een volle week buiten de stad, die begon met een afdaling per fiets van 4800 naar 1200 meter en eindigde met de meest oncomfortabele busreis van het jaar terug naar boven.

Twee activiteiten stonden hoog op het verlanglijstje deze week: de downhill mountainbike trip naar Coroico en de pampas trip in Rurrenabaque. Omdat Coroico op de route naar Rurre ligt, besloten we deze twee activiteiten te combineren en tussendoor niet terug te keren naar La Paz.

Eerst het fietstochtje over de zogezegd gevaarlijkste weg ter wereld. Ja, er zijn heel wat bussen en trucks in het ravijn gestort op deze weg en daardoor vielen er tientallen doden per jaar. Begin dit jaar is de nieuwe, geasfalteerde weg tussen La Paz en Coroico geopend, dus de gevaarlijkste weg ter wereld wordt nu vrijwel alleen door fietsers gebruikt. En daarvan zijn er maar 9 (of 12) verongelukt in de laatste twintig jaar...

Downhill biking to Coroico

Al met al voelde de afdaling helemaal niet zo gevaarlijk, zolang je maar op de fiets blijft zitten is het een kwestie van sturen. Op onze dubbel geveerde fietsen was er bovendien geen sprake van enig ongemak, dus was het zelfs mogelijk van het uitzicht te genieten. Op het snelle geasfalteerde gedeelte vlogen de caracaras (lokale roofvogels) op enkele meters afstand met me mee, op het grindpad waren er vooral watervallen en zeeën van groen te zien. En toen was er Coroico, met eten, een zwembad, sauna en een hangmat.

Hoe aangenaam Coroico ook was, we vertrokken de volgende middag naar Rurrenabaque. Deze tocht van 14 uur over onverharde wegen, was een stuk aangenamer dan we vantevoren hadden verwacht. We vertrokken twee uur te laat, kregen vervolgens na vijf minuten een lekke band, waardoor we nog eens drie uur vertraging opliepen, maar het was erg gezellig in de bus!
Omdat de meeste locals nogal haast hadden, sloegen we de geplande diner en ontbijt stops over, waardoor we uiteindelijk maar een paar uur vertaging hadden. De locals zijn overigens best bang aangelegd, want toen we een stilstaande truck probeerden te passeren op de smalle bergweg, stapte de helft van hen hevig pretesterend uit! Voor de toeristen is zo´n hachelijke inhaalactie natuurlijk gewoon deel van de ervaring...

Rurrenabaque (roeren en bakken) is een heet en vochtig junglestadje met 15000 inwoners en een bestemming die zowat iedere backbacker in Bolvia aandoet. En waaron dan wel? Hier kan je jungle en pampas (moeras) tochten ondernemen voor een belachelijk lage prijs en bovendien zie je makkelijker de typische dieren dan op de meeste duurdere locaties in Peru, Ecuador of Brazilië. Geen jaguars en tapirs natuurlijk, maar de hoeveelheid apen, vogels en klein wild is inderdaad enorm.
En dus boekten we een driedaagse pampastour voor 38 euro (inclusief transport, eten en een T-shirt).
En het bleek vandaag ook nog mijn verjaardag te zijn. Van mijn reisgenoten kreeg ik een diner in een geweldig goed restaurant, waar de Tunesiche chefkok zeer smakelijke schotels bereidde. Die waren van een culinair niveau dat je niet verwacht in deze afgelegen jungle stad!

De pampastrip begon met de verrassing dat de twee Noorse meisjes die we in de bus tegen waren gekomen, dezelfde tour deden. Ze zouden eigenlijk een dag eerder vertekken, maar door de busvertraging was dat niet doorgegaan. Een Canadees, een Brit en een Nieuwzeelander maakten ons achttal compleet.

Group picture, just before the anaconda-hunt

De trip begon met een drie uur durende jeepride, gevolgd door een drie uur durende boottocht. Dat was een recept voor een houten reet en tientallen muggenbeten...

Boatride through the pampas

Maar het was het waard! We zagen ongelooflijk veel wildlife: doodshoofdaapjes van heel dichtbij, zwarte en rode brulapen, capibara´s (super hamsters), heel veel roze rivierdolfijnen, alligators, kaaimannen en schildpadden en natuurlijk vele vele vogels. Daarvan vielen de diverse reigersoorten, ooievaars, hoatzins, havikken, aalschovers en ijsvogels het meeste op. En er was tijd voor zwemmen in de rivier.

Three squirrel monkeys in a tree

Capibara

Squirrel monkey really close-up

Eén dag verbleven we in een niet-zo rustige lodge, waar we vooral andere backpackers tegenkwamen en daarnaast Pedro en Casinero, de tamme alligators. Natuurlijk werden we ook verblijd met meer muggen, de afwezigheid van stromend water en electriciteit en gedurende de nacht zelf met regen. En vleermuizen, kikkers, spinnen en al het andere dat het Amazone gebied te bieden heeft, zoals een brulapen-concert in de morgen.
De regen resulteerde overigens in het niet doorgaan van de anaconda-zoektocht in de morgen. We moesten simpelweg wachten tot het droog werd. Die kwam me nog zeer bekend voor van de laatste jungletrip in Peru...
Gelukkig werd het vrij snel droger en konden we vertrekken naar het meer afgelegen kamp, een uur varen. Onderweg zwommen we `met´ dolfijnen en probeerden we pirañas te vangen. Dat laatste leverde mij twee meervallen op, maar pirañas hebben we in het geheel niet gevangen. ´s avonds kregen we een uitleg over het leven van de alligator en daarbij hadden we zelfs een baby-alligator in de boot. Vantevoren klonk me dit zeer dier-onvriendelijk in de oren, maar de gids behandelde het beestje goed.

Dag drie was niet alleen de terugreis naar Rurre, het was een dag vol activiteiten. Eerst de anaconda tocht, die eerder niet doorging. Ruim drie uur door de modder lopen, waarin vooral de thema´s muggen, laarzen vol water en zweet een centrale rol spelen. Maar het wa het waard, want we vonden een anaconda. Dus, iedereen op de foto met de slang en we konden weer teruglopen.

Me and my snake

In dit gedeelte van de pampas kwamen we daarnaast krabben, enorme kikkers, meer ooievaars en een toekan tegen.
Onderweg naar het kamp zagen we meer apen en luiaard. Dat was een aangename bonus, want meestal kom je die niet tegen op deze plek. En nee, luiaarden zijn niet langzaam!

Sloth with nice stripy patern

Daarmee restte ons niet meer dan de lange terugreis naar Rurre, waarin het tellen van muggenbeten (zo´n 150) een aardige tijdsbesteding was. Net na een mooie zonsondergang arriveerden we weer in de beschaving van Rurre en was het tijd voor pizza, bier en cocktails tot diep in de nacht.
De volgende ochtend hadden sommigen van ons grote moeite hun bed te verlaten, waardoor we een beetje laat op het busstation arriveerden. De heenreis was namelijk zo meegevallen, dat we best nog 20 uur in de bus wilden zitten. Vliegen is natuurlijk een stuk sneller, maar ook vijf keer zo duur en bovendien vliegen er in de regentijd op veel dagen geen vliegtuigen; Rurre heeft namelijk alleen een grasveld als vliegveld. Om ons dagen wachten te besparen, kozen we dus weer de bus, maar deze keer zou dat een busrit from hell worden.
Ondanks onze late aankomst op het bussation, stond daar gelukkig onze bus nog, die om 10:30 zou vertrekken. Alleen, er bleken andere mensen met dezelfde stoelnummers te zijn... Na enig discuseren, kwamen we tot de conclusie dat dit de bus van 11:00 was, waar wij dus geen ticket voor hadden. Voor een beetje extra geld konden we echter in de bus staan en dan drie uur later op `onze´ bus stappen op de plaats waar de bussen een lunchstop hebben. En ja, daar was inderdaad onze bus. Echter, spijtig genoeg voor ons was de vrouw die de mensen in de bus registreerden, een totaal niet-meewerkende, bureaucratische tuthola (in de praktijk heb ik me wat minder subtiel uitgedrukt). Er zat iemand anders op onze plek, ze kon onze namen niet vinden in haar administratie en bovendien wisten de mensen op het busstation in Rurre niets van ons... Dus daar stonden we met ons ticket in the middle of nowhere!
Volledig bereid om een bus te kapen, vroegen we nog maar eens om informatie bij de andere bussen, die hier stonden te wachten. En ja, een bus die de dag ervoor had moeten vertrekken, maar dit vanwege slecht weer pas vandaag had gedaan, wilde ons zowaar meenemen op ons originele ticket! Deze bus was propvol en dat betekende voor mij nog eens vijf uur staan, voordat ik een zitplaats kon bemachtigen. En wat was ik toen blij met die stoel! Tien uur slapen stond op het programma. Jammer alleen dat het raampje bij mijn stoel niet dicht kon, waardoor het in de bergen kouder en kouder werd. Op 4800 meter hoogte sneeuwde het en bevroor ik zowat, maar slecht een uurtje later kon ik gelukkig ontdooien in La Paz, waar het maar liefst 4 graden boven nul was op dit vroege uur.