maandag 3 december 2007

Dag 229 t/m 235, Coroico, Rurre en de Pampas: een week vol avontuur

Pedro, the tame aligator

Na La Paz volgde een volle week buiten de stad, die begon met een afdaling per fiets van 4800 naar 1200 meter en eindigde met de meest oncomfortabele busreis van het jaar terug naar boven.

Twee activiteiten stonden hoog op het verlanglijstje deze week: de downhill mountainbike trip naar Coroico en de pampas trip in Rurrenabaque. Omdat Coroico op de route naar Rurre ligt, besloten we deze twee activiteiten te combineren en tussendoor niet terug te keren naar La Paz.

Eerst het fietstochtje over de zogezegd gevaarlijkste weg ter wereld. Ja, er zijn heel wat bussen en trucks in het ravijn gestort op deze weg en daardoor vielen er tientallen doden per jaar. Begin dit jaar is de nieuwe, geasfalteerde weg tussen La Paz en Coroico geopend, dus de gevaarlijkste weg ter wereld wordt nu vrijwel alleen door fietsers gebruikt. En daarvan zijn er maar 9 (of 12) verongelukt in de laatste twintig jaar...

Downhill biking to Coroico

Al met al voelde de afdaling helemaal niet zo gevaarlijk, zolang je maar op de fiets blijft zitten is het een kwestie van sturen. Op onze dubbel geveerde fietsen was er bovendien geen sprake van enig ongemak, dus was het zelfs mogelijk van het uitzicht te genieten. Op het snelle geasfalteerde gedeelte vlogen de caracaras (lokale roofvogels) op enkele meters afstand met me mee, op het grindpad waren er vooral watervallen en zeeën van groen te zien. En toen was er Coroico, met eten, een zwembad, sauna en een hangmat.

Hoe aangenaam Coroico ook was, we vertrokken de volgende middag naar Rurrenabaque. Deze tocht van 14 uur over onverharde wegen, was een stuk aangenamer dan we vantevoren hadden verwacht. We vertrokken twee uur te laat, kregen vervolgens na vijf minuten een lekke band, waardoor we nog eens drie uur vertraging opliepen, maar het was erg gezellig in de bus!
Omdat de meeste locals nogal haast hadden, sloegen we de geplande diner en ontbijt stops over, waardoor we uiteindelijk maar een paar uur vertaging hadden. De locals zijn overigens best bang aangelegd, want toen we een stilstaande truck probeerden te passeren op de smalle bergweg, stapte de helft van hen hevig pretesterend uit! Voor de toeristen is zo´n hachelijke inhaalactie natuurlijk gewoon deel van de ervaring...

Rurrenabaque (roeren en bakken) is een heet en vochtig junglestadje met 15000 inwoners en een bestemming die zowat iedere backbacker in Bolvia aandoet. En waaron dan wel? Hier kan je jungle en pampas (moeras) tochten ondernemen voor een belachelijk lage prijs en bovendien zie je makkelijker de typische dieren dan op de meeste duurdere locaties in Peru, Ecuador of Brazilië. Geen jaguars en tapirs natuurlijk, maar de hoeveelheid apen, vogels en klein wild is inderdaad enorm.
En dus boekten we een driedaagse pampastour voor 38 euro (inclusief transport, eten en een T-shirt).
En het bleek vandaag ook nog mijn verjaardag te zijn. Van mijn reisgenoten kreeg ik een diner in een geweldig goed restaurant, waar de Tunesiche chefkok zeer smakelijke schotels bereidde. Die waren van een culinair niveau dat je niet verwacht in deze afgelegen jungle stad!

De pampastrip begon met de verrassing dat de twee Noorse meisjes die we in de bus tegen waren gekomen, dezelfde tour deden. Ze zouden eigenlijk een dag eerder vertekken, maar door de busvertraging was dat niet doorgegaan. Een Canadees, een Brit en een Nieuwzeelander maakten ons achttal compleet.

Group picture, just before the anaconda-hunt

De trip begon met een drie uur durende jeepride, gevolgd door een drie uur durende boottocht. Dat was een recept voor een houten reet en tientallen muggenbeten...

Boatride through the pampas

Maar het was het waard! We zagen ongelooflijk veel wildlife: doodshoofdaapjes van heel dichtbij, zwarte en rode brulapen, capibara´s (super hamsters), heel veel roze rivierdolfijnen, alligators, kaaimannen en schildpadden en natuurlijk vele vele vogels. Daarvan vielen de diverse reigersoorten, ooievaars, hoatzins, havikken, aalschovers en ijsvogels het meeste op. En er was tijd voor zwemmen in de rivier.

Three squirrel monkeys in a tree

Capibara

Squirrel monkey really close-up

Eén dag verbleven we in een niet-zo rustige lodge, waar we vooral andere backpackers tegenkwamen en daarnaast Pedro en Casinero, de tamme alligators. Natuurlijk werden we ook verblijd met meer muggen, de afwezigheid van stromend water en electriciteit en gedurende de nacht zelf met regen. En vleermuizen, kikkers, spinnen en al het andere dat het Amazone gebied te bieden heeft, zoals een brulapen-concert in de morgen.
De regen resulteerde overigens in het niet doorgaan van de anaconda-zoektocht in de morgen. We moesten simpelweg wachten tot het droog werd. Die kwam me nog zeer bekend voor van de laatste jungletrip in Peru...
Gelukkig werd het vrij snel droger en konden we vertrekken naar het meer afgelegen kamp, een uur varen. Onderweg zwommen we `met´ dolfijnen en probeerden we pirañas te vangen. Dat laatste leverde mij twee meervallen op, maar pirañas hebben we in het geheel niet gevangen. ´s avonds kregen we een uitleg over het leven van de alligator en daarbij hadden we zelfs een baby-alligator in de boot. Vantevoren klonk me dit zeer dier-onvriendelijk in de oren, maar de gids behandelde het beestje goed.

Dag drie was niet alleen de terugreis naar Rurre, het was een dag vol activiteiten. Eerst de anaconda tocht, die eerder niet doorging. Ruim drie uur door de modder lopen, waarin vooral de thema´s muggen, laarzen vol water en zweet een centrale rol spelen. Maar het wa het waard, want we vonden een anaconda. Dus, iedereen op de foto met de slang en we konden weer teruglopen.

Me and my snake

In dit gedeelte van de pampas kwamen we daarnaast krabben, enorme kikkers, meer ooievaars en een toekan tegen.
Onderweg naar het kamp zagen we meer apen en luiaard. Dat was een aangename bonus, want meestal kom je die niet tegen op deze plek. En nee, luiaarden zijn niet langzaam!

Sloth with nice stripy patern

Daarmee restte ons niet meer dan de lange terugreis naar Rurre, waarin het tellen van muggenbeten (zo´n 150) een aardige tijdsbesteding was. Net na een mooie zonsondergang arriveerden we weer in de beschaving van Rurre en was het tijd voor pizza, bier en cocktails tot diep in de nacht.
De volgende ochtend hadden sommigen van ons grote moeite hun bed te verlaten, waardoor we een beetje laat op het busstation arriveerden. De heenreis was namelijk zo meegevallen, dat we best nog 20 uur in de bus wilden zitten. Vliegen is natuurlijk een stuk sneller, maar ook vijf keer zo duur en bovendien vliegen er in de regentijd op veel dagen geen vliegtuigen; Rurre heeft namelijk alleen een grasveld als vliegveld. Om ons dagen wachten te besparen, kozen we dus weer de bus, maar deze keer zou dat een busrit from hell worden.
Ondanks onze late aankomst op het bussation, stond daar gelukkig onze bus nog, die om 10:30 zou vertrekken. Alleen, er bleken andere mensen met dezelfde stoelnummers te zijn... Na enig discuseren, kwamen we tot de conclusie dat dit de bus van 11:00 was, waar wij dus geen ticket voor hadden. Voor een beetje extra geld konden we echter in de bus staan en dan drie uur later op `onze´ bus stappen op de plaats waar de bussen een lunchstop hebben. En ja, daar was inderdaad onze bus. Echter, spijtig genoeg voor ons was de vrouw die de mensen in de bus registreerden, een totaal niet-meewerkende, bureaucratische tuthola (in de praktijk heb ik me wat minder subtiel uitgedrukt). Er zat iemand anders op onze plek, ze kon onze namen niet vinden in haar administratie en bovendien wisten de mensen op het busstation in Rurre niets van ons... Dus daar stonden we met ons ticket in the middle of nowhere!
Volledig bereid om een bus te kapen, vroegen we nog maar eens om informatie bij de andere bussen, die hier stonden te wachten. En ja, een bus die de dag ervoor had moeten vertrekken, maar dit vanwege slecht weer pas vandaag had gedaan, wilde ons zowaar meenemen op ons originele ticket! Deze bus was propvol en dat betekende voor mij nog eens vijf uur staan, voordat ik een zitplaats kon bemachtigen. En wat was ik toen blij met die stoel! Tien uur slapen stond op het programma. Jammer alleen dat het raampje bij mijn stoel niet dicht kon, waardoor het in de bergen kouder en kouder werd. Op 4800 meter hoogte sneeuwde het en bevroor ik zowat, maar slecht een uurtje later kon ik gelukkig ontdooien in La Paz, waar het maar liefst 4 graden boven nul was op dit vroege uur.

Geen opmerkingen: