Dag 299 t/m 303, Hanga Roa: $&%@ Paaseiland!!!
Paaseiland, het meest geïsoleerde eiland ter wereld. De eerste dag kon ik niet meer denken dan "ik ben op Paaseiland, ik en op Paaseiland". Het achterlijk hoge bedrag dat ik voor het ticket heb moeten betalen, kon me ineens weinig schelen, dit is een unieke plek. Ongelooflijk om hier eindelijk ook daadwerkelijk geweest te zijn!
De dag begon met een vertreging van 2 uur, klaarblijkelijk een veel voorkomend euvel bij vliegtuigmaatschppij LAN. Dit leverde wel een gratis ontbijtbuffet op en de daaropvolgende vlucht was van een hoog niveau, met personal entertainment set, wijn, bier en beenruimte.
En toen was ik op Paaseiland / Rapa Nui, waar ik een maand geleden al een hostel had geboekt. Bij aankomst in het hostel bleek echter dat er een airport pickup was inbegrepen en ik de hosteleigenaar dus gemist had... Hij zou snel terugkomen, wat later veranderde in het eind van de dag. Ik ben dus maar op verkenning gegaan en heb mijn eerste Ahu´s met Moais bezocht (platformen met standbeelden). Op de terugweg naar het hostel kwam ik de eigenaar in zijn busje tegen, die me een rondrit door de stad aanbood. Het hostel was helaas vol vandaag, een oorzaak van de overmaat aan relaxtheid op dit eiland, en ik zou een 1-persoons kamer in een ander hotel krijgen voor vandaag. In dat hotel waren enkele mensen uit Tahiti aanwezig. Dat klonk mij nogal exotisch in de oren, maar Tahiti is `gewoon´ het dichtsbijzijnde einigszins bewoonde eiland vanaf Paaseiland. Pitcairn eiland ligt daar nog tussenin, maar heeft maar 30 inwoners.
Die avond regende het enorm, dus werden de Tapati-aktiviteiten gecanceld.
De volgende dag verkaste ik naar mijn oorspronkelijk geboekte hostel. Het bleek die dag weer te regenen, dus er waren opnieuw geen festival-aktiviteiten. Ik ben hier echter maar 5 dagen, dus ik besloot de regen te negeren en een lokale vulkaan te beklimmen. Dit is Orongo, met een dorp en petrogliefen op de rand van de krater, een meer met zeldzame planten in de krater en eilanden voor de kust. Deze lokatie is geroemd vanwege de `birdman cult´. De traditie wilde dat de lokale mannen het eerste ei van de noddy tern (een soort stern), die op de kleine eilandjes broedde, probeerden te bemachtigen. Degene die hierin slaagde, werd de `koning´ van het eiland voor een jaar. Dit alles ging gepaard met veel ceremoniele aktiviteiten van de birdman priester.
Op dag drie was het weer een stuk beter (en het bleef goed de rest van de week) en huurden we met enkele anderen uit het hostel een auto. Op deze manier konden we snel enkele verder gelegen sites bezoeken en bovendien het top-evenement van het Tapati festival bezoeken: het bananenstam sleeën. Het doel van deze sport is het zo snel mogelijk van een hodnerd meter hoge heuvel afdalen op een van bananenplant stammen gemaakte slee. Nooit is het op Paaseiland zo druk als op dit moment, er waren zeker enkele duizenden mensen, vele auto´s en enorm lange rijen voor het gratis eten. De atmosfeer was al met al vergelijkbaar met Le Mans, minus het gratis eten...

Onderweg waren ook de voorbereidingen van de heuvelloop te zien en die avond de eerste lokale dansen die wél door konden gaan.
De vierde dag was sightseeing dag, waarin ik zo´n zestig kilometer aflegde. En dat wel op de fiets! Dat heb ik altijd al willen doen, Paaseiland rondfietsen...
Ik zag vele, vele Moais, rechtopstaand en omgevallen, mooie stranden, veel loslopende paarden, een viswedstrijd en bovendien het mooiste dat Paaseiland te bieden heeft: de Rona Roraku vulkaan, waar de Moais uitgehauwen werden. In en rond die vulkaan staan zo´n 400 Moais, terwijl er op de rest van het eiland nog 200 zijn te bewonderen.


De volgende ochtend kon ik met iemand meerijden naar Rona Raraku voor de zonsopkomst, die hier pas om 8:00 is. Dit leverde beter licht op voor mooiere foto´s en het was op dit tijdstip ook een heel stuk rustiger. Eigenlijk was er verder niemand.
Die dag volgden er meer moais, meer empanada´s en meer goedkope wijn (die hier niet eens zo goedkoop is...), totdat het tijd was voor mijn laatste avond. Ik zag de meest spectaculaire Rapa Nui dansen, die een zeer grote Polynesische compenonent hebben en je absoluut niet laten denken dat je in Zuid-Amerika bebt. Ook at ik het beste vlees van mijn hele trip, nogal onverwachts op dit afgelegen eiland. De kebab hier is gewoon biefstuk op een stokje, zo goed!
Op de laatste dag vertrok mijn vliegtuig pas om 13:30, dus er was nog genoeg tijd voor een bezoekje aan het lokale museum en een beetje rondslenteren door Hanga Roa, de hoofdstad. En daarna was er enkel nog de terugreis, met John Q op mijn persoonlijke entertainment system. En omdat na vijf dagen in Poynesië, met zijn muziek, dans en taal, ik niet echt meer in Zuid-Amerikaanse sferen was, heb ik daarna twee uur lang populair-latijns-Amerikaanse muziek geluisterd. La Oreja de van Gogh, Paulina Rubio, Shakira en Maná deden me weer in de juiste sfeer belanden. Drie van deze vier bands/artiesten zijn Mexicaans, waardoor ik er ook weer aan herinnerd werd dat het Mexicaanse Spaans zoveel plezieriger is om naar te luisteren dan Argentijns of Chileens! Chileens is te snel en te slordig, Argentijns is een verbastering en klinkt vervuild met zijn al zijn shhh, sos en vos. Geef mij maar Mexicaans!
Verder bevalt Chili me prima overigens, alhoewel ik er maar zeer kort ben geweest. Daarover meer in de volgende update.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten